Selectie aanwinsten juli 2018

Abregé de la vie des peintres, avec des reflexions sur leurs ouvrages, et un traité du peintre parfait, de la connoissance des desseins, & de l’utilité des estampes / Roger de Piles
Paris : chez François Muguet, premier imprimeur du roy, du clergé de France, & de M. l’archevêque, ruë de la Harpe, 1699. 10 bladen, 540 pagina’s : frontispiece ; 17 cm.

Eerste editie in pocketformaat van dit invloedrijke boek door Roger De Piles (1635-1709) met korte beschrijvingen van de meest bekende schilders en zijn persoonlijke meningen over de artistieke waarde van de kunstwerken. Als biografische naslagwerk werd het werk veel geraadpleegd.

De carrière van De Piles verliep turbulent. Als mentor en secretaris van Michel Amelot de Gournay, achtereenvolgens de Franse ambassadeur in Venetië, Portugal, Zwitserland en Spanje, ontwikkelde hij een brede kennis van de Europese kunst. Vanaf 1685 ondernam hij vertrouwelijke missies in opdracht van de minister van Lodewijk XIV, de markies De Louvois, met als dekmantel het bezoeken van particuliere collecties als kunstkoper voor de koning. Helaas werd hij tijdens de oorlog van de Liga van Augsburg op verdenking van spionage gearresteerd in Den Haag en in 1692 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Zijn gevangenschap besteedde hij aan het schrijven van dit boek, dat in 1699 werd gepubliceerd na zijn benoeming als Conseiller Honoraire aan de Académie de peinture et de sculpture in Parijs.

aanwinsten2018juli-0015

A collection of ordinances and regulations for the government of the royal household, made in divers reigns : from king Edward III. to king William and queen Mary; also receipts in ancient cookery
London : printed for the Society of Antiquaries by John Nichols; sold by messieurs White and son; Robson; Leigh and Sotheby; Browne; and Egerton’s, 1790. XXII, 39 [I], 13-476 pagina’s : illustraties ; 28 cm.

Buitengewoon uitvoerige opsomming van alle huishoudelijke reglementen voor de Engelse koningshuizen vanaf Edward III (1312-1377) tot en met de regeerperiode van William en Mary (1689-1702). De aanwijzingen zijn gedetailleerd en lopen uiteen van de voorgeschreven hoeveelheden brandstof per vuurplaats of haard, de tafelschikkingen en het dieet van de vorst, opsommingen van de honderden functies aan het hof met de bijbehorende beloningen en gedragsregels, alsmede de beschrijving van vele dagelijkse en bijzondere gebruiken. In de laatste categorie valt de ‘wassail’, een soort heildronk met Kerstmis door Hendrik VII en de koningin. ‘Wassail, as for the voide on twelfth day at night, the King and Queene ought to take it in the halle; and as for the wassell, the steward and treasurer shall come for it with their staves in their hands… and when the steward cometh in at the halle door with the wassell, he must crie three tymes, Wassell, wassell, wassell…’ (“Articles Ordained by King Henry VII for the Regulation of His Household, 31 Dec. 1494”)

De koningen staan in de regel centraal, maar in sommige gevallen is ook aandacht geschonken aan de vrouwen. Van Cecile Neville (1415-1495), de hertogin van York, verblijvend aan het hof tussen 1485 en 1495 als de moeder van koning Edward IV, is het patroon van haar dagen beschreven, verdeeld over diensten in haar kapel, gebed en meditatie, devotionele lectuur, maaltijden, het ontvangen van bezoekers en ontspanning met haar heer na het avondeten.

Het boek is een compilatie van de handschriften waarin de huishoudelijke voorschriften aan de diverse hoven in Engeland gedetailleerd zijn opgetekend. Het geeft een fascinerend inzicht in de wijze waarop het koninklijk hof als een bedrijf was georganiseerd. Hierdoor is het mogelijk om reconstructies te maken van het leven aan het hof, de kosten van de hofhouding, eetgewoonten en de wijze van organisatie.

Als appendix volgt op pagina 423 tot 476 een hoofdstuk getiteld ‘Ancient Cookery’ ontleend aan een handschrift in de bibliotheek van de Royal Society. Volgens de inleidende paragraaf dateert het handschrift uit de vroege 15de eeuw en zijn de recepten gebaseerd op oudere bronnen. Deze recepten voor koninklijke gerechten zijn fascinerend door de nauwkeurige beschrijvingen van de gerechten die op de vorstelijke tafels werden geserveerd.

aanwinsten2018juli-0011

Voorschriften voor de hofhouding van William en Mary in 1689

Del metodo di studiare la pittura e delle cagioni di sua decadenza / dialoghi di Niccola Passeri ; aggiuntovi un piano di statuti per formare una pubblica accademia di pittura, scultura ed architettura, ideato dallo stesso autore.
In Napoli : per Vincenzo Flauto, 1795. 2 delen (in 1 band) ; 19 cm.

Belangrijk essay van de neoklassieke schilder en pedagoog Nicola Passeri (1729-1799) uit Faenza. Dit boek bevat zes imaginaire dialogen over de schilderkunst tussen Antonio Raffaelle Mengs en Giovanni Winckelmann. Beide kunstenaars hebben elkaar goed gekend in de 18de eeuw. Het werk droeg bij aan de herwaardering en opleving van het classicisme met namen als Piranesi, Flaxman, Canova en David. De aanvullende tekst bestaat uit een uitgebreide inleiding en lovende commentaren van schrijver Conte Castone della Torre di Rezzonico, schilder Canonico Giannandrea Lazarini en graveur Giovanni Volpato. Het tweede deel bevat een pleidooi en een opzet van de statuten voor de oprichting van een nieuwe academie voor schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst gegrondvest op de herleving van de klassieke idealen.

aanwinsten2018juli-0014

Istruzione elementare per gli studiosi della scultura / di Francesco Carradori

Firenze : Tipografia della Società Letteraria, 1802. XXXVII pagina’s, XVII platen : illustraties ; 29 cm.

Deze zeldzame eerste editie van deze geïllustreerde verhandeling over de beeldhouwkunst is geschreven door Francesco Carradori (1747-1824), een neoklassieke beeldhouwer, restaurator en professor aan de Florentijnse Accademia di Belle Arti. Het boek behandelt de hulpmiddelen en de materialen van het ambacht zoals klei, was, stucwerk, steen en marmer. Voor het vervaardigen van tijdelijke versieringen ter gelegenheid van festiviteiten behandelt Carradori materialen als stro, draad, doek en lijm. Deze uiteenzettingen worden gevolgd door een overzicht van de menselijke anatomie en de basismethoden van het modelleren in klei, steenhouwen, het werken met stuc, het gieten met brons, maar ook alle facetten van het restaureren van oude beeldhouwwerken. Dit laatste hoofdstuk geeft een goed beeld van de restauratiemethodes die Carradori toepaste bij beelden uit de klassieke oudheid zoals de sarcofaag in de Villa Medici, de buste van Alessandro Magno en de Medici Venus die hij in 1785 voorzag van twee nieuwe armen.

Carradori werd in 1798 benoemd tot hoogleraar beeldhouwkunst aan de Accademia di Belle Arti. In 1802 publiceerde hij deze handleiding met de elementaire technieken – Istruzione elementare – voor zijn studenten beeldhouwen. Dit traktaat wordt gezien als het eerste in zijn soort. De 17 afbeeldingen geven een fascinerend beeld van de gehanteerde methoden voor het vervaardigen van beelden in deze periode.

aanwinsten2018juli-0008

Platen XII en XIII

Kupfer-Sammlung zu D. Gilly’s Handbuch der Land-Bau-Kunst, vorzüglich in Rücksicht auf die Construction der Wohn- und Wirthschafts-Gebäude für angehende Kameral-Baumeister u. Ökonomen / David Gilly
Braunschweig : bei Friedrich Vieweg, 1805-1811. 3 delen in 1 band : illustraties ; 27 x 41 cm.

Deel 1 heeft 25 bladen met 173 figuren, gevolgd door een 2de deel (zonder titelpagina) met 22 bladen met 344 figuren. Deel 3 is uitgegeven in Halle: in der Rengerschen Buchhandlung, 1811.

David Gilly (1748-1808) was een Duitse architect en stedenbouwkundige uit de classicistische periode. Vanaf 1788 was hij in Berlijn gevestigd als een soort rijksbouwmeester voor de gebieden Pommeren en Pruisen. Zijn taken liepen uiteen van het ontwerpen van kanalen, havens en overheidsgebouwen zoals kazernes. Vanaf 1800 neemt hij classicistische elementen op in zijn ontwerpen die zich ook uitbreiden tot particuliere opdrachten voor landhuizen en tuinen.

aanwinsten2018juli-0016

Met zijn boek ‘Handbuch für Landbaukunst’ uit 1797/98 propageerde Gilly de modernisering van gebouwen voor agrarische bedrijven. Efficiënte nieuwe bouwmethoden worden beschreven met revolutionaire technieken voor open dakconstructies en het bouwen met leem. Deze bundel uit 1805 met twee aanvullende delen bestaat uit ruim 500 illustraties in kopergravures bij het handboek. Het bevat een schat aan ontwerpen voor de bouw van agrarische bedrijven gebaseerd op Gilly’s inzichten over modernisering en hervorming van het boerenbedrijf. Na Gilly’s overlijden verschijnt in Halle bij Renger in 1811 een derde deel over nieuwe bouwtetechnieken en materialen met de titel ‘Zur Anlage ganzer Gebäude … in Rücksicht ihrer Construction und über die Pisé-Bauweise und über Lehmschindel-Dächer sowie über Scheunen, Wagen- und Holzschuppen, Federvieh-, Schweine-, Rinder und Pferdeställe und schließlich über die Anlage der Brau- und Brennerei-Gebäude’, uitgegeven door zijn medewerker D. G. Friderici. Van het handboek verschijnen tot 1822 tenminste vijf edities.

aanwinsten2018juli-0017

Gekleurde afbeeldingen in deel 3 (1811)

Galerie des peintres célébres, avec des remarques sur le genre de chaque maitre / par Charles-Jacques-François Lecarpentier
Paris : Chez Treuttel et Wurtz, 1821. 2 delen ; 21 cm.

Charles-Jacques-François Lecarpentier (1744-1822) behoort tot de vroegste Franse schrijvers die het belang van studies naar de natuur door kunstenaars bepleitten. In 1816 publiceerde hij een essay over het landschap waarin verschillende methoden van de studie van het landschap worden behandeld, gevolgd door korte aantekeningen over de meest vakkundige schilders van dit genre (“Essai sur le Paysage dans lequel on traite des diverses méthodes pour se conduire dans l’étude du paysage, suivies de courtes notices sur les plus habiles peintres de ce genre”). Volgens Lecarpentier is de kunst van de beeldhouwer, of een andere kunstenaar in de breedste zin van het woord, gebaseerd op zijn vaardigheden, zijn vermogen om harmonie te bereiken, zijn nauwkeurigheid en dus op een aangeboren talent om de schoonheid van de natuur te reproduceren. De romantische visie van Lecarpentier, als discipel van Jean-Jacques Rousseau, gaat uit van de ongerepte natuur. De kunstenaar moet in staat zijn om de essentie van de natuur uit zijn werken te halen, ongeacht het onderwerp of het gebruikte materiaal. In de visie van Lecarpentier is het landschap een specifiek genre, dat hij onderverdeelde in het heroïsche landschap, het pastorale genre, in overeenstemming met de werken van Theocritus en Virgilius, de nabootsing van de natuur, eenvoudig van aard zoals bij de Vlamingen en de Nederlanders, en de zee.

Lecarpentier gebruikte zijn theoretische werken ter verdediging van het belang van de scholen voor schone kunsten, terwijl hij ook een grote rol toekende aan persoonlijkheid en individuele training. In zijn “Galerie des peintres célébres” (Galerie van beroemde schilders) besteedt hij aandacht aan het maniërisme en het belang van het rijke kleurgebruik van de Venetiaanse schilders. Uitvoerige teksten zijn gewijd aan de seizoenen, de wolkenluchten en de verschillende tijdstippen van de dag. Hij pleit, in navolging van Constable, voor het schilderen direct naar de natuur, ‘en plein-air’. Dit is een invloedrijk boek dat de overgang naar de romantiek in Frankrijk markeert. In Engeland en Duitsland was men al een stap verder in de waardering van de natuur.

aanwinsten2018juli-0010.jpg

Bladen met teksten over de eigenschappen van verfstoffen in de schilderkunst / François Montauban van Swijndregt
Rotterdam : François Montauban van Swijndregt, 1847. 6 bladen ; 29 cm.

Handschrift bestaande uit 6 losse bladen, soms dubbelgevouwen, meestal aan beide kanten beschreven. Op één blad een vermelding van de inhoud (“Inventaris”), op de overige bladen 8 onderwerpen.

No. 1. Eene lijst der verwstoffen met aanwijzing derzelver eigenschappen. – No. 2. Eene vergelijking der toonen in de schilderkunst. – No. 3. De beschrijving van een palet voor pleister. – No. 4. Eene opgave om een palet met verwen voor alle vleeschkleuren op te zetten. – No. 5. Eene handleiding om vrouwe-vleeschkleuren te mengen (temperen). – No. 6. Een volledig palet om teeder vrouwenkoloriet te schilderen. – No. 7. Eene beschrijving van of bijvoegsel tot het laatstvoorgaande no., ook dienende om alle andere vleeschtoonen (carnatiën) te kunnen daarstellen. – No. 8. Een algemeen palet.

aanwinsten2018juli-0004

Meer over dit werk in de aanwinstenblog van juli 2018

Eenige bladzijden over het natuurteekenen / door W.B.G. Molkenboer; met een voorbericht van D.J. Steyn Parvé
Amsterdam : C.L. Brinkman, 1877. 51 pagina’s, XLIV bladen platen : illustraties ; 24 cm.

Wilhelmus Bernardus Gerardus (Willem) Molkenboer (1844-1915) was een Nederlandse tekenaar en beeldhouwer. Hij stond aan de basis van de ontwikkeling van het tekenonderwijs in Nederland en besteedde zijn gehele leven aan de verdere organisatie daarvan. Hij was de oprichter en directeur van de eerste school voor de opleiding van tekenleraren, de Rijks Normaalschool voor het Tekenonderwijs, opgericht in 1881.

Molkenboer zette zich in voor de verbetering van het teken- en kunstonderwijs en publiceerde hierover een groot aantal artikelen en rapporten. Het dankzij een schenking verworven boekje ‘Eenige bladen over het natuurteekenen’ uit 1877, behoort tot zijn vroegste publicaties. In 1878 volgde een invloedrijk boekje ‘Wat is noodig, nuttig en uitvoerbaar bij het lager en voortgezet onderwijs om de kunstsmaak te vormen en de kunstvaardigheid te vermeerderen’. Daarin pleit hij voor verplicht tekenonderwijs op de scholen, omdat volgens hem “de ware kunstontwikkeling of aestetische vorming, het juiste gevoel voor het schoone in natuur of kunst alleen kan worden verkregen door een nauw verband tusschen zien, hooren en doen”.

Willem Molkenboer werd in 1881 aangesteld als directeur van de samen met Victor de Stuers, referendaris voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, opgerichte Rijks Normaalschool voor Tekenonderwijs, kortweg genoemd de “Normaalschool”. De school werd in 1883 gehuisvest in het Rijksmuseum. In 1890-1891 verrees naast het museum een nieuw gebouw, genaamd de “Teekenschool”, leerlingen konden er oefenen in tekentechnieken en in lesgeven. (bron: Wikipedia)

Album de décorations d’intérieurs : tissus imprimés, reproductions de documents anciens / Th. B & fils, L.B. Succr
[Paris] : [Th. B.], [omstreeks 1900]. Éd. de luxe. 27 ongenummerde pagina’s : kleurplaten, ingeplakte textielstalen ; 32 x 50 cm. Prijslijsten toegevoegd.

Het voorwoord vermeldt: “Cet album ne contient que des tissus imprimés, reproductions ou compositions tirées de documents anciens authentiques et sont ma propriété exclusive … L.B.”

De ingeplakte gelithografeerde gekleurde afbeeldingen en de corresponderende textielstalen bieden een overzicht van verschillende stijlen van interieurdecoratie, met name van gordijnen en meubelbekleding. Op elke dubbele pagina is een afbeelding van een interieur weergegeven met de bron van inspiratie, bijvoorbeeld het afgebeelde interieur “Le Fontainebleau”. Op de tegenoverliggende pagina zijn voorbeelden voor textiel en ontwerpen voor de gordijnen opgenomen door ingeplakte stalen van de voorgestelde stoffen. Bovendien zijn de hoeveelheden van textiel aangegeven die nodig zijn om het ontwerp te realiseren. Dankzij de toegevoegde prijslijsten is het mogelijk om de kosten voor deze interieuraankledingen te berekenen. Deze zeldzame handelscatalogus van de firmanten T. B. & Fils L.B. Succr geeft een intrigerend beeld van de heersende traditionele smaak voor het decoreren van vertrekken in 1910 en van de wijze waarop de stoffeerder zijn waren aanbiedt.

aanwinsten2018juli-0020.jpg

aanwinsten2018juli-0021

Planche 2: interieur “Le Fontainebleau” met ingeplakt staaltje meubelstoffering “Toile de Jouy

A book on vegetable dyes / by Ethel M. Mairet
Hammersmith W. : Published by D. Pepler at the Hampshire House Workshops, 1916. 153 pagina’s ; 20 cm.

Ethel Mary Mairet (1872-1952) was een Britse weefster op het weefgetouw, en belangrijk voor de ontwikkeling van het vak in de eerste helft van de twintigste eeuw. Tijdens de jaren dertig en veertig gaf ze cursussen in het weven en het verven van stoffen in haar studio in Ditchling, Sussex. Deze baanbrekende opleiding in haar eigen atelier zou alle aspirant-handwevers van haar generatie hebben beïnvloed.

Ethel Mairet scheef enkele boeken over handweven en het verven van textiel. Dit boek over het maken van verf voor textiel gemaakt van planten grijpt terug op de ambachtelijke periode voor de uitvinding en verspreiding van de synthetische kleurstoffen vanaf het midden van de 19de eeuw. Het is in de lijn met de idealen van de Arts and Crafts beweging om kunst en handwerk met elkaar te verbinden en mooie gebruiksvoorwerpen te maken. Het boek is gepubliceerd kort nadat Mairet de beeldhouwer en ontwerper Eric Gill (1882-1940) ontmoette en ze besloot zich te vestigen in Gill’s nabijheid in Ditchling. Het ontwerp van het titelblad wordt wel aan Eric Gill toegeschreven.

Mairet