Actueel: Nichesourcing for Improving Access to Linked Cultural Heritage Datasets

In 2011 startte Chris Dijkshoorn zijn promotieonderzoek binnen het SEALINCmedia project. De laatste jaren combineerde Chris zijn onderzoek en het schrijven van zijn proefschrift met zijn werkzaamheden als databeheerder bij het Rijksmuseum. Woensdag 3 april was het dan zover, in de aula van de Vrije Universiteit Amsterdam vond de verdediging van zijn proefschrift “Nichesourcing for Improving Access to Linked Cultural Heritage Datasets” plaats.

Chris promotie

Chris geflankeerd door paranimfen tijdens zijn promotie in de aula van de VU

In het proefschrift beschrijft Chris een methode bestaande uit vijf stappen, waarbij museum objecten van context worden voorzien, waardoor online collecties beter toegankelijk worden:

  1. Analyseer de collectie om objecten te identificeren welke verrijkt kunnen worden
  2. Voorzie objecten van context met behulp van de structuur van ontologieën
  3. Annoteer objecten met concepten uit gestructureerde vocabulaires
  4. Maak de objecten toegankelijk door gebruikers in staat te stellen de collectie te verkennen
  5. Integreer heterogene collecties

Een belangrijk onderdeel van de methode is het annoteren van objecten, waarvoor Chris in samenwerking met het Rijksmuseum het Accurator platform heeft ontwikkeld. Tijdens evenementen hebben vogelaars en mode-enthousiastelingen hun kennis met het museum gedeeld door objecten te beschrijven met behulp van Accurator. Het proefschrift beschrijft de vijf stappen in detail en is online beschikbaar: http://hdl.handle.net/1871/55968

Geplaatst in Algemeen, Actueel, Collectie Automatisering | Een reactie plaatsen

Werk in uitvoering : De collectie Vloemans

Achter de schermen van Research Services wordt hard gewerkt om het informatiehart van het Museum kloppend te houden. Regelmatig vertelt een medewerker van de afdeling over lopende projecten en actuele werkzaamheden. Vandaag is het woord aan Patrick Kalwij.

Sinds januari 2019 werk ik als informatie specialist aan het catalogiseren van de collectie Vloemans. De hierboven genoemde collectie is afkomstig van Antiquariaat Vloemans uit Den Haag. Een antiquariaat opgericht in 1932 door H.A. Vloemans (1909-1985) en later overgenomen en internationaal verder uitgebouwd door zijn zoon John A. Vloemans. Deze heeft het bedrijf na zijn pensionering overgedaan aan Cora H. van de Beek, die al medevennoot in de firma was. Mevrouw van de Beek heeft na het beëindigen van het antiquariaat in 2018 de handboekencollectie (ruim 2400 banden) verkocht aan het Rijksmuseum.

Niet-gecatalogiseerde collectie

De collectie is bijzonder interessant voor het Rijksmuseum. Het zwaartepunt van de collectie ligt namelijk in de periode van het interbellum (de periode tussen november 1918 en september 1939). Uiteraard is er ook overlap met de jaren daarvoor en daarna. Een periode die in de bibliotheek van het Rijksmuseum nog om extra aandacht vroeg.

Werk in uitvoering

Antiquariaat Vloemans was niet alleen gespecialiseerd in boeken over architectuur maar ook in boeken over avant-garde bewegingen.
In de collectie bevinden zich boeken van kunstenaars en architecten uit West-Europa. Maar ook van kunstenaars en architecten uit Midden- en Oost-Europa, waaronder veel boeken door en over architecten als: Walter Gropius, Ludwig Mies van der Rohe, Theo van Doesburg, Le Corbusier, Jan Wils, Frank Lloyd Wright, Hendrik Petrus Berlage, J.J.P. Oud, Jan Kotera en Bohuslav Fuchs. Voorts zijn er vertegenwoordigers van diverse avant-garde stromingen uit het interbellum zoals daar zijn:
Het Dadaïsme, met Raoul Hausmann, Kurt Schwitters, Theo van Doesburg, Marcel Duchamp, George Grosz en Sophie Taeuber-Arp.
Het Italiaans Futurisme, met Giacomo Balla, Carlo Carrà, Fortunato Depero, , Luigi Russolo en Gino Severini.
Het Kubisme, met Pablo Picasso, Kazimir Malevitsj, Piet Mondriaan en Josef Capek
Het Surrealisme, met vertegenwoordigers als Marcel Duchamp, Rene Magritte, Victor Bauner, Toyen en Paul Eluard.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van het brede aanbod aan boeken dat in de komende maanden beschikbaar zal komen ter inzage in de bibliotheek van het Rijksmuseum.

Ter beschikking voor de uitleen!

Geplaatst in Werk in uitvoering | Een reactie plaatsen

Aanwinst: Een Duits secreetboek uit 1705

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

Secreetboeken met een keur aan wetenswaardigheden werden vanaf het midden van de 16de eeuw in Italië gedrukt en ontwikkelden zich tot een populair genre. Beroemd en in diverse talen uitgegeven is het boek van de Venetiaan Alessio Piemontese (pseudoniem van Girolamo Ruscelli, 1518-1566), “De secreti del reverendo Donno Alessio Piemontese”.  ‘Secreti’ betekent ‘geheimen’, refererend aan de geheimen van de alchemist, opgetekend in middeleeuwse handschriften.
Dankzij de boekdrukkunst verspreidden de secreetboeken zich over heel Europa en verruimde de inhoud tot recepten voor huismiddeltjes en methoden voor huishoudelijke aangelegenheden. Deze recepten vormden een leidraad om het dagelijks leven aangenamer te maken. Het vroegst bekende gedrukte secreetboek in de Nederlandse taal is “Een nieuwe tractaet, ghenaemt dat batement van recepten, inhoudende drye deelen van recepten”, gedrukt door Hans de Laet in Antwerpen in 1546. Hiervan zijn slechts twee exemplaren bekend, in het Tresoar in Leeuwarden en in de Hendrik Conscience Bibliotheek te Antwerpen. Ook in Duitsland doet het genre zich gelden. Eerder wist het Rijksmuseum een zeldzaam secreetboek uit 1673 te verwerven: “Ein schön neues wolprobiertes Kunstbüchlein, darinnen lustige annemliche, liebliche und natürliche Kunststücklein, auch andere nützliche Wissenschafften begrieffen seynd”.

In februari 2019 werd een anoniem secreetboek uit 1705 ontdekt op de antiquarenbeurs in Ludwigsburg. De titel luidt: “Der Zu vielen nutzlichen Wissenschafften dienstlich anweisende, und, auf vieler Verlangen und Begehren, Fortgesetzte Curiöse Künstler…”.  Met bijna 1000 pagina’s is het niet alleen een zeer omvangrijke uitgave, ook de inhoud is breed van opzet. Het boek bevat een uitgebreid scala aan huishoudelijke recepten als leidraad voor het dagelijkse leven. In de tien hoofdstukken komen niet alleen huismiddeltjes zoals het bereiden van medicijnen aan bod maar ook onderwerpen als de landbouw en het vervaardigen van vuurwerk. Op het frontispiece worden de afzonderlijke hoofdstukken verbeeld met een eigen vignet, geplaatst rondom de afgekorte titel, “Des Curiösen Künstlers : Weitere Fortsetzung”. Het vignet onder de titel heeft betrekking op hoofdstuk zes dat handelt over het maken van kleurstoffen door de schilder. Deze kennis is van belang voor de restaurator om de samenstelling van de verf die in deze periode werd gebruikt te kunnen analyseren.
2019 aanwinsten maart-0002
De blindstempel op de contemporaine lederen band beeldt het heraldische wapen af van Franz Ferdinand Graf und Herr zu Sprinzenstein (1671-1728), van het Oostenrijkse adellijke geslacht Sprinzenstein. Franz Ferdinand was legeraanvoerder (Hauptmann des Mühlviertels) in Oostenrijk (Tirol) onder de Duitse keizer Leopold I (1640-1705).
IMG_0899
Der Zu vielen nutzlichen Wissenschafften dienstlich anweisende, und, auf vieler Verlangen und Begehren, Fortgesetzte Curiöse Künstler, aufgeführet In einem neu-verfertigen, und, nach folgenden Sätzen, eingerichteten Haus-Arzney- und Kunst-Buch … / durch einen Liebhaber der freyen Künste und Wissenschafften …
Nürnberg : Verlegts Johann Leonhard Buggel : Druckts Melchior Gottfried Sein, 1705. 954, [44] pagina’s, 12 bladen platen (sommige vouwbladen) : illustraties ; 21 cm.

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Woord voor Woord

Door Daimy Comijs

Taal leeft en verandert met zijn gebruikers mee door de tijd heen. Sommige termen die voorheen gangbaar waren, zijn dat nu niet meer. De werkgroep Terminologie buigt zich over deze termen en zoekt naar moderne alternatieven. Als stagiaire ondersteun ik de werkgroep door onderzoek te doen naar deze termen en te kijken hoe deze aangepast kunnen worden.

Ik heb altijd al een grote interesse gehad in taal en met name hoe de taal zich beweegt in de maatschappij. Veel woorden die we vandaag de dag gebruiken dekken bijvoorbeeld een (post) koloniale lading of worden gebruikt vanuit een Eurocentrisch perspectief en sluiten aan bij denkbeelden die nog steeds heersen over minderheden. Toen ik de vacature zag voor een stage bij de werkgroep Terminologie sprak deze mij meteen aan en leek het mij waardevol om mee te werken aan dit project.

De werkgroep krijgt met verschillende uitdagingen te maken. Zo moet elke term die aangepakt wordt, per object bekeken worden. Er is geen makkelijke oplossing die je kunt invullen om een term te vervangen. Daarnaast moet de geschiedenis ook niet tekort worden gedaan. Het is niet de bedoeling dat door verschillende termen te vervangen delen van de geschiedenis verdwijnen. De geschiedenis willen we behouden terwijl we toch de taal van vandaag gebruiken. Er moet dus altijd gekeken worden naar een evenwichtige oplossing bij het aanpassen van een term.

Ik ben aan de slag gegaan met de term ‘planter’. Deze term werd gebruikt in de koloniale tijd om plantage-eigenaren, directeuren of andere leidinggevende posities aan te duiden. De term is misleidend omdat deze leidinggevenden niet de grond zelf beplantten, maar hiervoor tot slaaf gemaakten of contractarbeiders gebruikten. Ik ben begonnen met het samenstellen van een lijst met objectbeschrijvingen uit ons collectie managementsysteem. In de objectenlijst bleken veel fotoalbums van plantage-eigenaren voor te komen. Zo kwam ik het portret tegen van Theodoor Brouwers. Door te kijken naar andere afbeeldingen in het album, viel te achterhalen dat Brouwers plantage-eigenaar was van de plantage Accaribo te Suriname. Zo kon de term planter weggehaald worden in de titel en kon er in de beschrijving worden toegevoegd dat Brouwers een plantage-eigenaar was. Op deze manier werd ook duidelijker welke functie Brouwers precies op de plantage bekleedde.

Oude titel:  Portret van planter 
Nieuwe titel:  Portret van Theodoor Brouwers
Beschrijving: Theodoor Brouwers, de eigenaar van de plantage Accaribo te Suriname, staande voor een huis.

Het lag echter ingewikkelder wanneer er meerdere mensen op de foto werden afgebeeld. Zo is er op de foto hieronder een groepsportret voor het zogenoemde ‘Langkat hotel’ te zien. Van slechts één man, Paul Sandel, is de identiteit bekend. Wel kwam uit onderzoek naar voren dat de mannen op de foto kennissen waren van Sandel en naar Sumatra waren gekomen om plantages te beginnen of te leiden. Er kon dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden dat deze mannen plantage-eigenaren of leidinggevenden waren.

Oude titel: Europese planters voor ‘Langkat Hotel’ met bedienden, vermoedelijk Langkat, Sumatra, onder hen Paul Sandel
Nieuwe titel:   Europees gezelschap voor het ‘Langkat hotel’
Beschrijving: Europese mannen, waarschijnlijk eigenaren of leidinggevenden van plantages, voor het ‘Langkat Hotel’ met Indonesische bedienden. Deze foto is vermoedelijk in Langkat, Sumatra genomen. Onder hen plantage-eigenaar Paul Sandel.

Door de aanpassingen van de termen gaat het museum niet alleen mee met de tijd, maar zorgt het ook voor meer inclusiviteit. Een museum is niet alleen een plek om mooie of bijzondere objecten te bewonderen, maar heeft ook een sociale functie. Objecten in musea leren ons kennismaken met verschillende culturen en ideeën en spelen een belangrijke rol in hoe wij de wereld zien. Het is daarom belangrijk om objectieve en correcte woorden te gebruiken om de collectie te beschrijven. De werkgroep probeert woord voor woord het museum inclusiever te maken voor iedereen.

Daimy Comijs is derdejaars student Nederlandse taal en cultuur aan de UvA.

Geplaatst in Actueel, Geschiedenis, Werk in uitvoering | Een reactie plaatsen

Studenten van de Fotovakschool Amsterdam op bezoek bij het Rijksmuseum

Studenten fotografie van de Fotovakschool te Amsterdam bezochten vandaag onze studie- en leeszaal als onderdeel van hun vak ‘artistic research’. Hier leerden ze hoe ze literatuur kunnen vinden, maar ook hoe ze originele foto’s en fotoboeken kunnen aanvragen en in onze studiezaal kunnen raadplegen.

         De studenten aan het werk in de leeszaal (Foto: A. Oechtering)

Originele werken op papier zoals foto’s, prenten en tekeningen kunnen in onze studiezaal worden bekeken. Deze objecten staan niet in de bibliotheekcatalogus, maar zijn vindbaar in Rijksstudio, inclusief het belangrijke objectnummer. Om een origineel te zien kan men via aanvraagformulier op onze website het object aanvragen en een afspraak maken.

Geldolph Adriaan Kessler, Drie mensen in de sneeuw tijdens de beklimming  van de Chevedale, 1906. RP-F-2007-15-161

Na de introductie gingen de studenten met een eigen opdracht aan de slag. Hiervoor hadden ze van tevoren onze catalogus doorzocht en literatuur opgevraagd.

                Aangevraagd door de studenten (Foto: A. Oechtering)

Het bezoek werd afgerond door samen met Mattie Boom, conservator fotografie, de actuele tentoonstelling Iedereen fotografeert te bekijken. Mattie is tevens de auteur van de catalogus bij deze tentoonstelling. 

Proefschrift Mattie cover

Cover van de tentoonstellingscatalogus Everyone a Photographer

Zij promoveerde vorig jaar op de geschiedenis van de amateurfotografie in Nederland. Haar proefschrift ‘Kodak in Amsterdam. De opkomst van de amateurfotografie in Nederland 1880-1910’ is inmiddels in druk verschenen en kan via de bibliotheekcatalogus worden opgevraagd.

We ontvangen vaker groepen studenten van kunst-gerelateerde opleidingen voor een instructie. Sommige deelnemers zien we daarna nog vaak terug in de Studie- en Leeszaal. Hopelijk hebben ook deze fotografen in opleiding de smaak nu te pakken. Ze weten ons in ieder geval te vinden voor meer ‘artistic research’

Geplaatst in Gebruiker Gespot | Een reactie plaatsen

Aanwinst: het schilderen van karaktervolle bomen

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

Landschapsaquarellen ontwikkelden zich in Engeland gedurende de jaren 1790 tot een populair genre. De Franse aquarelschilder François Louis Thomas Francia (1772–1839) verliet Parijs in het politiek onstabiele jaar 1790 om zich in Londen te vestigen. Werkzaam als tekenleraar verwierf hij aanzien als landschapsschilder en later als marineschilder. Hij was ambitieus en exposeerde vanaf 1796 bij de Royal Academy en vanaf 1808 bij de Society of Painters in Watercolour. De publicatie in 1813 van dit leerboek “Progressive lessons tending to elucidate the character of trees …” hield zeker verband met zijn beroep als leraar. Het werk bestaat uit 13 gelithografeerde illustraties waarvan 12 op kundige wijze met de hand zijn ingekleurd. De afbeeldingen worden voorafgegaan door korte inleidende teksten.

aanwinsten-2019-februari-2-0017.jpg

Hoewel dit niet het eerste voorbeeldboek is voor het weergeven van bomen, onderscheidt het zich wel door de nadruk op de specifieke eigenschappen van de bladeren, de takken en de groeiwijze van de verschillende soorten zoals eik, iep, kastanje, populier, vijg, beuk en wilg. Francia verbindt in dit boek zijn belangstelling voor het onderwijzen met de taxonomie van bomen en zijn ambitie om een breed publiek te bereiken. In de inleiding van 7 pagina’s geeft hij het advies om bladeren en takken van de boomsoorten te verzamelen en te drogen om ze vervolgens vergelijkend te bestuderen (“single leaves and branches of each tree be gathered and dried, to be referred to, and compared at all times with the specimens and examples given thus adding example to precept …”). Bovendien is een handgekleurde “Table of tints” opgenomen, een overzicht van de 12 kleuren waarnaar hij verwijst in de begeleidende teksten.

aanwinsten-2019-februari-2-0014.jpg

Over de betekenis van Francia voor de Engelse landschapschilderkunst zie: Marcia Pointon, “The Bonington circle: English watercolour and Anglo-French landscape, 1790-1855″ p. 9-16.

Progressive lessons tending to elucidate the character of trees, with the process of sketching, and painting them in water colours / by Ls. Francia
London : Published by T. Clay : Printed by J. Hays, 1813. [24] pagina’s, 14 ongenummerde bladen met platen : illustraties ; 27 cm. Met 13 gelithografeerde afbeeldingen, waaronder 12 ingekleurde prenten, en een “table of tints”.

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek | 1 reactie

Gebruiker gespot: Lizzie Marx, Andrew W. Mellon Fellow

De Cuypersbibliotheek wordt druk bezocht door nationale en internationale onderzoekers die zich buigen over de collectie. Wie zijn deze onderzoekers en waar gaat hun onderzoek over? Vandaag is Lizzie Marx aan het woord, ‎Andrew W. Mellon Research Fellow bij het Rijksmuseum en PhD student aan Pembroke College, University of Cambridge.

As an Andrew W. Mellon Fellow, I am spending the year sniffing around the Rijksmuseum’s collection for visualisations of smell in the Dutch Golden Age. The sorts of artworks that I look for include objects emitting smell (fig. 1), or people reacting to smell (fig. 2). I research the ways in which odours shape the narrative in works of art, and what sort of meanings we can glean from them. Ultimately, I think it is a really fascinating and novel sort of way for us to understand the Dutch Golden Age.

fig. 1: Julius Goltzius, after Maerten de Vos, Asia, 1575–1610. Engraving, 28.5 x 21.3cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. RP-P-1978-156.

fig. 2: Jan Georg van Vliet, Smoker Blowing Smoke at a Woman, 1634. Etching and engraving, 14.1 x 19.8cm. Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. RP-P-1883-A-7013.

Lees verder

Geplaatst in Algemeen, Gebruiker Gespot | 1 reactie

Alle Rembrandts!

Door Elmer Peters

Even was het idee opgekomen om alle Rembrandtboeken tevoorschijn te halen en bij elkaar te zetten. Als het Rijksmuseum alles wil laten zien wat het van Rembrandt in huis heeft, horen de Rembrandtboeken uit de bibliotheekcollectie daar bij…  Maar er zaten wat bezwaarlijke kanten aan het plan: waar zouden we alles moeten neerzetten? Om alle Rembrandtboeken uit te stallen zou een hele zaal nodig zijn.
De collectie begint met een aantal heel oude boeken, zoals de catalogus van Edmé-François Gersaint uit 1751 waarin alle werken van de prentkunstenaar Rembrandt beschreven staan. Omstreeks 1840 begint het dan heel hard te gaan. Ettelijke personen hebben in de negentiende eeuw een gelegenheid gevonden om een lofrede op Rembrandt uit te spreken, die zij meteen in druk laten verschijnen. In de twintigste eeuw voegen zich daar personen bij die hun diepste christelijke, hun diepste psychologische dan wel hun diepste filosofische gevoelens uiteen willen zetten aan de hand van werken van Rembrandt. Diverse literatoren schrijven een roman over hoe de veelgeplaagde kunstenaar in de moeilijkste omstandigheden zijn meesterwerken weet te scheppen. Alle vermaarde binnen- en buitenlandse kunsthistorici schrijven vroeg of laat een keer over Rembrandt. Maar ook auteurs die zich anders nooit op het terrein van de kunsten zouden wagen maken wel eens een uitzondering als het om Rembrandt gaat en voegen hun persoonlijke essay toe aan de stroom Rembrandtpublicaties. Ondertussen wordt in meer wetenschappelijke werken het oeuvre van de kunstenaar steeds nauwkeuriger omschreven en uitgediept. En over het leven van de man en zijn omgeving wordt zoveel informatie gepubliceerd dat er onderhand geen Nederlander van de zeventiende eeuw is over wie we meer weten.
In de museumbibliotheek waren zulke Rembrandtboeken altijd welkom, zodat er nu een Rembrandtboekencollectie van meer dan duizend titels in de depots staat. Dat aantal blijft groeien. Recente schrijvers hebben Rembrandt de familieman ontdekt, met publicaties over zijn huwelijk, zijn privéleven en zijn zoon Titus. Zo raken we driehonderdvijftig jaar na de dood van de kunstenaar nog altijd niet over hem uitgepraat.
Een selectie van recente Rembrandtliteratuur is momenteel te vinden in de leeszaal van de bibliotheek, waaronder natuurlijk ook de net verschenen biografie over Rembrandt.

Geplaatst in Actueel | Een reactie plaatsen

Aanwinst: Vier zeldzame bedrijfsfotoboeken

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

De Nederlandse bedrijfsfotoboeken uit de 20ste eeuw zijn een belangrijk onderdeel van de collectie fotoboeken van het Rijksmuseum. Vanaf 1924 gaf de Nederlandse Kabelfabriek in Delft opdrachten aan Piet Zwart (1885-1977) om boeken samen te stellen die een indruk konden geven van het bedrijf. Deze boeken waren in eerste instantie bedoeld als voorlichtingsmateriaal voor technische scholen en technisch personeel. Zijn eerste boeken gelden als belangrijke voorlopers van het bedrijfsfotoboek: het “Normalieënboekje”, gevolgd door “NKF, N.V. Nederlandsche Kabelfabriek Delft”, maar de meeste invloed had het laatste werk voor de NKF uit 1933, “delft kabels” met een bijzondere tab indeling en doorschoten met driekwart pagina’s. Nadat het tot een breuk was gekomen werd een leerling van Piet Zwart, Frits Stapel (1910-1987) aangetrokken. Hij werkte in hetzelfde idioom als Zwart, maakte zelfs gebruik van zijn foto’s en nam het logo van de kabelfabriek over. Het toegepaste beeldidioom is de fotomontage en de aflopende foto waarbij de productfotografie centraal staat. Ook komt er meer aandacht voor het productieproces en de werknemers in de fabriek. Opdrachten vanuit het bedrijfsleven voor fotoboeken waren echter schaars tijdens het interbellum. De NKF behoorde tot de eerste Nederlandse bedrijven met een uitgesproken modernistische voorkeur om de fabriek en de producten op avantgardistische wijze te presenteren.  Lees verder

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek, Hoogtepunten | Een reactie plaatsen

Ex Libris

In de rubriek Ex Libris vertelt een medewerker van het Rijksmuseum over zijn of haar favoriete werk uit de bibliotheekcollectie. Deze keer is het woord aan Jan Schindler, medewerker depot.

Door Jan Schindler

Het mooiste boek in de bibliotheek is het zeker niet. Maar voor mij wel een belangrijk boek. Ik moet zeggen ‘boekje’ want het is een tentoonstellingscatalogus van slechts 47 pagina’s. Het is de catalogus van tekeningen en prenten van Jan Mankes uit 1982 van het Rijksprentenkabinet.

mankes catalogus

Jan Mankes 1889-1920 : prenten en tekeningen, 1982. Catalogus geschreven door Irene de Groot

Ik werkte net een week bij deze afdeling die toen bestond uit het Rijksprentenkabinet en de Bibliotheek. Mijn taak lag in de toenmalige Leeszaal en bestond uit bezoekers ontvangen en instructies geven omtrent het gebruik van prenten, tekeningen en kostbare werken. De computers hadden nog niet het gebouw overgenomen zeg maar. Boeken en prenten werden opgezocht in de zogenoemde Leidse boekjes. Dit was een losbladig systeem, waar nieuwe boeken per vel chronologisch tussengevoegd kon worden. Twee hardkartonnen buitenkantjes, met een henneptouwtje een keer of vijf eromheen gebonden, hielden de vellen bij elkaar. Zo ging dat. Lees verder

Geplaatst in Algemeen, Ex Libris, Library Collection | Een reactie plaatsen

Werk in uitvoering : Collectie Documentatie

Achter de schermen van Research Services wordt hard gewerkt om het informatiehart van het Museum kloppend te houden. Regelmatig vertelt een medewerker van de afdeling over lopende projecten en actuele werkzaamheden. Vandaag is het woord aan Fricke Oosten, informatiespecialist Collectie Informatie.

Door Fricke Oosten

Door de jaren heen hebben conservatoren en restauratoren zeer veel documentatie verzameld over de museumcollectie. Deze documentatie heeft onder andere gediend als bron voor objectbeschrijvingen in Rijksstudio en in publicaties, maar kan ook een nieuw aanknooppunt vormen voor verder onderzoek. Sinds 2011 is de afdeling Collectie Informatie verantwoordelijk voor het beheer van alle collectiedocumentatie.
Deze documentatie is heel divers. Zo kan een objectdossier aantekeningen van een conservator bevatten, knipsels, correspondentie over een vergelijkbaar object in een landhuis in Engeland, maar ook slechts een enkele foto. De documentatie is momenteel beperkt ontsloten en is grotendeels nog analoog. Documentatiedossiers kunnen daardoor alleen in Amsterdam worden ingezien. Dit is met name voor collega’s die buiten Amsterdam werken lastig. Daarom heeft de afdeling Research Services onder leiding van de afdeling Collectie Informatie een aantal initiatieven uitgevoerd om deze situatie te verbeteren. Om de collectiedocumentatie duurzaam te kunnen beheren, ontsluiten en (her)gebruiken, is afgelopen jaar een project gestart om de documentatie onder te brengen in een digitale omgeving waarin digital-born, gedigitaliseerde- en analoge documentatie samengebracht kunnen worden.

Fricke Oosten raadpleegt een objectdossier in de Studiezaal

Vóór de start van het project is bij bevriende organisaties informatie ingewonnen om best-practices en ervaringen te verzamelen. In de eerste fase van het project is een plan van aanpak opgesteld en is er gekeken welke applicaties er al beschikbaar zijn binnen het Rijksmuseum. Een van de uitgangspunten is dat we ons in eerste instantie richten op applicaties die momenteel in het museum beschikbaar zijn en met beperkte aanpassingen geschikt gemaakt kunnen worden voor de behoeften van onze eindgebruikers. We kijken pas verder als blijkt dat deze applicaties op cruciale punten niet voldoen.
Om te zorgen dat het nieuwe systeem goed aansluit bij de werkwijze en vragen van onze belangrijkste gebruikersgroepen, heb ik interviewsessies gehouden met collega’s van de verschillende afdelingen: Welke documentatie is voor hen het meest belangrijk, hoe vinden ze die en waar lopen ze tegenaan als zij een onderzoek starten?
Ook is bepaald hoe onze eigen werkprocessen er straks uit moeten zien.

proceskaart

Hoe moeten onze eigen werkprocessen er straks uit zien?

Het systeem moet niet alleen aansluiten bij huidige werkprocessen, maar ook toekomstbestendig zijn. Op termijn willen we dat het wordt geïntegreerd in een organisatie-brede informatiearchitectuur, waarin documentatie, collectiedata, onderzoeksdata en de bibliotheekcollectie op betekenisvolle wijze worden samengebracht en ontsloten, om vernieuwend interdisciplinair onderzoek te ondersteunen. Hierbij hebben we nauw samengewerkt met onze collega’s van de subafdeling Collectie Automatisering. Dit alles heeft zich tot slot vertaald naar een Pakket van Eisen (PvE) . Op basis van dat PvE zal in de loop van 2019 een digitaal documentatiesysteem worden ingericht. Ter voorbereiding op de nieuwe situatie zijn in 2018 alvast alle analoge en digitale objectdossiers op metaniveau in kaart gebracht. Deze staan klaar om in te stromen in hun nieuwe thuis.

Geplaatst in Werk in uitvoering | Een reactie plaatsen

Aanwinst: een illegale bundel reisbeschrijvingen van de VOC uit 1646

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

De zeldzame tweede editie van “Begin ende voortgangh, van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie” bestaat uit 21 afzonderlijke boeken met 26 reisverslagen, bovendien 75 verslagen in de vorm van samenvattingen, aangevuld met diverse beschrijvingen van landen en brieven. De 230 prenten waaronder 31 landkaarten plus 199 plattegronden maken van deze uitgave een ware schatkamer aan informatie over deze vroege periode van Nederlandse ontdekkingsreizen naar de oost uit de periode tussen 1590 tot 1640. Het boek is van groot belang voor de geschiedenis van de Verenigde Oostindische Compagnie, de VOC. Het doel van deze eerste multinationale onderneming was het vestigen van handelsposten en de controle over de zeeroutes. Hoewel sommige reizen gericht waren op ontdekkingen en militaire doeleinden hadden, ging het vooral om het opzetten en onderhouden van handelsbetrekkingen. Betrouwbare informatie over de landen in de oost, de bewoners en hun gebruiken, de topografie en veilige zeeroutes was van eminent belang. Het publiceren van deze gegevens ondermijnde echter de monopolie positie van de VOC. Publicatie was verboden, het privilege om te drukken werd niet gegeven. De samensteller Isaac Commelin evenals de drukker Janssonius worden niet vermeld.

2018-aanwinsten-december-aanvulling-0008.jpg

titelblad van het tweede deel

Isaac Commelin (1598-1676) vestigde zich in 1624 als boekhandelaar en uitgever in Leiden. Na het overlijden van zijn vrouw in 1641 ging hij terug naar Amsterdam. Hij woonde aanvankelijk op de Geldersekade en later achter de Oude kerk. Zijn ongepubliceerde stadsgeschiedenis van Amsterdam werd in 1665 gedeeltelijk opgenomen in “Beschryvinge van Amsterdam” door Tobias van Domselaer. De drukker en uitgever Johannes Janssonius (1588-1664) was gespecialiseerd in cartografisch materiaal en gevestigd in Amsterdam, het toenmalige centrum van de boekdrukkunst- en kaartenhandel. Hij was één van de belangrijkste drukkers en uitgevers samen met Joan Blaeu.

2018-aanwinsten-december-aanvulling-0006.jpg

de wereldreis van Joris van Spilbergen naar Australië van 1614 tot 1618

Commelin wist de hand te leggen op niet eerder gepubliceerde reisverslagen en scheepsjournalen, waaronder een verslag van Paulus van Caerden’s mislukte poging om een handelsmissie te vestigen in noord Sumatra in 1599-1601 ; een beschrijving van het oponthoud van Jan Sas van Steven van der Hagen in Madagascar, de onderhandelingen over de aankoop van peper in Bantam, en de bouw van het eerste Nederlandse fort in Amboina in de Molukken van 1599 tot 1601; het scheepsjournaal van Paulus van Solt uit 1605-1608 over zijn handelsbetrekkingen aan de kust van Coromandel waarin hij de overname door de Nederlanders van de Portugese handelsposten beschrijft; het uitgebreide journaal van Cornelis Matelief de Jonge uit 1605 -1608 met het verslag van de strijd tegen de Portugezen in Malakka en de eerste kennismaking van Maurits met de inmiddels uitgestorven dodo; de missie van Pieter Willemszoon Verhoeff in 1607-1610 om de Spaanse handelaren te verdrijven uit Oost Indië; een mengeling van werken waaronder details over reizen in Japan in 1607-11, een beschrijving uit 1609 van Borneo, en lijsten van garnizoens, forten en schepen in Oost Indië in 1616; de beschrijving van Johan van Twist van India uit 1638; en teksten over Japan door Hendrick Hagenaer en François Caron uit de jaren 1620 en 1630.

2018-aanwinsten-december-aanvulling-0009.jpg

de reis naar China door Cornelis Matelief de Jonge uit 1605 -1608

Kortom een ongekende rijkdom aan beschrijvende informatie aangevuld met 230 gravures die van groot etnografisch, botanisch en zoölogisch belang zijn, terwijl de uitgebreide reeks landkaarten en plattegronden de toenmalige kennis van de geografie uit Zuid-Amerika, Afrika en Indië letterlijk in kaart brengt.

2018-aanwinsten-december-aanvulling-0014.jpg

de reis van Pieter Both naar Oost Indië in 1599, 1600 en 1601

Begin ende voortgangh, van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie. : Vervatende de voornaemste reysen, by de inwoonderen der selver provincien derwaerts gedaen : alles nevens de beschrijvinghen der rijcken, eylanden, havenen, revieren, stroomen, rheeden, winden, diepten en ondiepten : mitsgaders religien, manieren, aerdt, politie ende regeeringhe der volckeren : oock meede haerder speceryen, drooghen, geldt ende andere koopmanschappen met veele discoursen verrijckt : nevens eenighe koopere platen verciert : nut ende dienstigh alle curieuse, ende de andere zee-varende liefhebbers
[Amsterdam] : [Jan Jansz.], 1646. 2 delen in 3 banden : illustraties, kaarten ; 18 x 24 cm.

 

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek, Hoogtepunten | Een reactie plaatsen

Uit het Fotoarchief

De Studiezaal: Van Volontairs naar Fellows

Door Lotte Jaeger

Onderstaande foto brengt ons negentig jaar terug in de tijd. We zien hier een groep volontairs (vrijwilligers) van het Rijksprentenkabinet aan het werk in de Studiezaal, gelegen naast de monumentale bibliotheek. De Studiezaal wordt van oudsher al gebruikt voor het bestuderen van prenten en tekeningen, en voor het raadplegen van zeldzame en kostbare werken uit de bibliotheekcollectie. Sinds 1990 worden hier ook foto’s met regelmaat bekeken.

Volontairs in de Studiezaal van het Rijksprentenkabinet, 1928

Negentig jaar later is de Studiezaal omgedoopt tot Study Room Prints and Drawings. De volontairs hebben plaats gemaakt voor fellows die met hun onderzoek de kennis van de Nederlandse kunst, geschiedenis en museologie verder ontwikkelen. Ook studenten, museummedewerkers, en nationale en internationale onderzoekers weten hun weg naar de Study Room te vinden.

Al met al is het een stuk drukker geworden. En dat is maar goed ook, er kan niet genoeg onderzoek naar de meer dan een miljoen objecten in de collectie worden verricht. Onderzoekers zijn dan ook van harte welkom. De afdeling Research Services ondersteunt (wetenschappelijk) onderzoek naar de collecties van het Rijksmuseum en staat graag voor u klaar!

 

Voor een bezoek aan de Studiezaal kunt u via dit formulier contact met ons opnemen.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Aanwinst: Chromagraphie, een vroege voorloper van digitale kunst uit 1839

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

Amédée Rouget de Lisle (1807- werkzaam 1854) was als chemicus geïnspireerd door de opvattingen over contrasterende kleuren van Michel Eugène Chevreul (1786-1889) die in 1824 directeur werd van de beroemde Manufacture des Gobelins te Parijs. Rouget gaat uit van de wetmatigheid volgens welke twee aangrenzende kleuren, waargenomen met het blote oog, zo ongelijk mogelijk lijken, zoals beschreven in het invloedrijke boek van Chevreul: De la loi du contraste simultané des couleurs et de l’assortiment des objets colorés.

Als chemicus hield Rouget de Lisle toezicht op de voorbereiding van de verfstoffen voor het kleuren van de tapijten in de Manufacture des Gobelins. Hij besefte dat dit meer een kwestie van optica dan van chemie was. Met behulp van drie andere medewerkers van de Manufacture stelde Rouget “Chromagraphie” samen met als doel voorstellingen door middel van kleur over te zetten naar weefpatronen voor de industriële productie van tapijten. De methode waarmee Rouget dit bereikt is door een model met lijnen en geometrische figuren te ontwerpen, en deze te reproduceren met gekleurde materialen. Het principe is de vereenvoudiging van de complete keten van een werk naar de reproductie ervan op een andere drager, zoals het tapijt of het weefsel. Met dit proces van compositie en afdrukken van werken in kleur op papier, patroon en weefsels, claimt hij een tijdsbesparing ten opzichte van de handmatige vervaardiging tot vijftig procent.

De chromagrafie als techniek komt dicht bij de uitgangspunten van de digitale kunst. Het digitaal printen uit een bestand met een digitale afbeelding heeft overeenkomsten met de mechanische productielijn zoals beschreven door Rouget, maar dan met een computer en een moderne industriële machine, zoals een printer of een weefmachine.

De illustraties in het boek “Chromagraphie” omvatten negen uitvouwbare gelithografeerde platen met handgekleurde kleurstalen, en zes uitvouwbare gegraveerde platen voorstellende tapijtpatronen, technieken van tapijtfabricage en gereedschappen. De gekleurde platen met handgeschilderde kleurstalen tonen de contrasten van verschillende kleuren, terwijl de in hout gegraveerde platen borduursteken tonen, evenals weefgetouwen en gereedschappen die werden gebruikt door de tapijtfabrieken van Gobelin en Beauvais.
Het verworven exemplaar is compleet en niet ingebonden. Met de originele omslagen verkeert het werk in de oorspronkelijke maar zeer kwetsbare staat.

2018 aanwinsten november-0022

Omslagprent

Het boek bestaat uit vier delen, ieder met een eigen gelithografeerde omslag en een titelpagina.
1. Du coloris appliqué aux modèles de tapisseries et tapis (Over kleuren toegepast op wandtapijten en vloerkleden)
2. Couleurs et matériaux du dessinateur-coloriste et du fabricant de tapisseries et tapis (Kleuren en materialen van de “designer-colorist” en de fabrikant van wandtapijten en vloerkleden)
3. Procédé de composition et de reproduction des dessins pour la broderie et la tapisserie à l’aide des signes chromatiques qui indiquent les matièries colorées que l’on doit employer pour en imiter les nuances (Proces voor het samenstellen en reproduceren van ontwerpen voor borduurwerk en wandtapijten met behulp van de kleursymbolen voor het aangeven van gekleurde materialen die moeten worden gebruikt om de verschillende tinten na te bootsen)
4. Tapisseries à l’instar de celles des Gobelins et de Beauvais, tapis à l’instar de ceux de Perse et de la Savonnerie (Wandtapijten zoals die van Manufacture de Gobelins en Beauvais, tapijten zoals die van Perzië en de Savonnerie)

2018-aanwinsten-november-0025.jpg

handgeschilderde kleurstalen

Naast Amédée Rouget de Lisle worden de volgende drie medewerkers van de Manufacture des Gobelins genoemd die aan deze publicatie hebben bijgedragen: Deyrolle père, chef d’atelier,
Deyrolle fils, peintre des modèles de tapis,
Bonvalet, préparateur, attaché au laboratoire de chimie.

2018-aanwinsten-november-0028.jpg

Gegraveerde afbeelding met voorbeelden zoals gebruikt bij de Manufacture des Gobelins als in Beauvais. Gesigneerd met: Leblanc sculpt. en Dureau fils sculpt.

Chromagraphie, ou, L’art de composer un dessin : à l’aide de lignes et de figures géométriques, et de l’imiter avec des matières colorées … / par Rouget de Lisle ; collaborateurs, Deyrolle père, chef d’atelier, Deyrolle fils, peintre des modèles de tapis, Bonvalet, préparateur, attaché au laboratoire de chimie, e la manufacture royale des Gobelins
Paris : Chez l’auteur : Chez Pitois-Levrault et Cie., 1839. [52] pagina’s in diverse pagineringen, [15] uitvouwplaten : illustraties (houtsnedes) ; 29 cm.

 

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek | Een reactie plaatsen

Werk in uitvoering: Collectie Marjan Unger

Achter de schermen van Research Services wordt hard gewerkt om het informatiehart van het Museum kloppend te houden. Elke maand vertelt een medewerker van de afdeling over lopende projecten en actuele werkzaamheden. Vandaag is het woord aan Eva Breuer

Door Eva Breuer

Mijn naam is Eva Breuer en ik werk sinds juni als projectmedewerker bij de afdeling Research Services (subafdeling Bibliotheekadministratie) van het Rijksmuseum. Een jaar geleden heb ik de master Book and Digital Media bij de Universiteit Leiden afgerond. In mijn korte periode hier heb ik de collectie boeken van Co en Lilian Seegers en een deel van de collectie van Marjan Unger gecatalogiseerd. Over deze laatste collectie vertel ik graag meer.

Sinds 2017 is de bibliotheek van het Rijksmuseum in het bezit van de boekencollectie van kunsthistorica Marjan Unger. Afgelopen juli overleed ze op 72-jarige leeftijd. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar al snel werd het mij duidelijk dat ze een belangrijk persoon in de sieradenwereld was. Haar passie voor sieraden begon al vroeg en zo ook haar verzameling. Ze kocht voornamelijk moderne sieraden en sieraden van onbekende kunstenaars. Naast haar sieradencollectie bezat ze ook veel boeken. De boeken gaan onder andere over hedendaagse sieraden, de geschiedenis van mode, over kledingontwerpers, maar ook over hoe vrouwen in de jaren ‘50 gezien werden en ook over hoe je je toen hoorde te gedragen . Een voorbeeld van dat laatste is het boek ‘Catalogus van de tentoonstelling “De vrouw 1813-1913”, “Meerhuizen”- Amsteldijk : mei-october 1913 Amsterdam’. Het was de tweede grote tentoonstelling georganiseerd door vrouwen die hiermee het vrouwenkiesrecht onder de aandacht wilden brengen. De tentoonstelling stelde de positie van de vrouw centraal en de vooruitgang daarvan sinds 1813. Het boek was voor 75 cent te koop op de tentoonstelling en je kon het dragen als een handtas.

devrouw

Catalogus van de tentoonstelling “De vrouw 1813-1913”, “Meerhuizen”- Amsteldijk : mei-october 1913 Amsterdam, 1913

Sieraden en mode zijn onafscheidelijk vond Marjan Unger en dat is ook te zien aan haar collectie. Zo bezat ze boeken over de geschiedenis van mode, boeken over mode uit bijvoorbeeld de jaren ’20, ’50, ‘60 en ze verzamelde boeken over modeontwerpers, waaronder veel bekende namen, zoals Vivienne Westwood, Prada, Dior, Chanel, Yves Saint Laurent, Elsa Schiaparelli en de schoenenontwerper Jan Jansen. Hier een kleine greep uit haar collectie.

Boekencollectie

Enkele boeken uit de collectie van Marjan Unger

Door het catalogiseren van de boeken heb ik niet alleen een goed beeld gekregen van de mode- en sieradenwereld, ik heb ook Marjan Unger zelf leren kennen. Ze heeft aan veel boeken meegewerkt en gaf ook vaak advies aan anderen bij het schrijven van teksten of zorgde er voor dat de juiste mensen met elkaar in contact kwamen. Door haar succesvolle carrière had ze een groot netwerk opgebouwd en dat is ook te zien aan de hoeveelheid boeken die haar toe werden gestuurd, vaak met een persoonlijke noot in het boek om haar te bedanken. Veel boeken bevatten ook bedank- en beterschapskaartjes, uitnodigingen en krantenartikelen en meer persoonlijke notities en berichten.
Kortom het is een mooie diverse collectie, maar het biedt ook een bron van informatie over Marjan Unger zelf; een sterke, sociale vrouw die wist wat ze wilde.

Wil je meer weten over haar collectie sieraden? Check dan het boek: Marjan Unger, Jewellery Matters, Amsterdam 2017. Het boek is in samenwerking met Suzanne van Leeuwen, Junior conservator/restaurator bij het Rijksmuseum en het Rijksmuseum geschreven.

Geplaatst in Werk in uitvoering | Een reactie plaatsen

Aanwinst: vier zeldzame uitgaven van Wilhelm Ostwald’s wetenschappelijke kleursysteem

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

Op de ABA Rare Book Fair in Londen werden de drie zeldzame kleursystemen van Friedrich Wilhelm Ostwald (1853-1932) aangeboden. Aangezien de samenhang tussen de drie verschillende uitgaven een beter begrip van deze kleurtheorie oplevert, is besloten de drie werken gezamenlijk te verwerven. Bovendien vormen deze systemen een aanvulling Ostwald’s boek over schildertechnieken dat het Rijksmuseum eerder verwierf, “Die Maltechnik : jetzt und künftig” uit 1930. De vroegste en meest uitgebreide, maar uiterst zeldzame uitgave van Ostwald’s kleursysteem uit 1918, “Farbenatlas”, met ca. 2500 gecodeerde kleurstalen op 105 kartonnen platen, kon op de Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair in oktober worden aangekocht. Dit werk is gebaseerd op de 2520 meetbare kleuren volgens de methode van Wilhelm Ostwald.

Vrijwel alle boeken die William Ostwald over zijn kleurtheorieën schreef zijn nu te bestuderen in de bibliotheek van het Rijksmuseum, recent aangevuld met deze zeldzame en kwetsbare verzamelingen kleurstalen, kleurcirkels en kleurdiagrammen uitgegeven ter illustratie van zijn systeem.

ostwald-Kopie-300x199[1]

De ‘Ostwaldsche Doppelkegel’ uit 1918 (Model uit de Sammlung Farbenlehre in Dresden)

De theorieën van Ostwald hebben invloed gehad in Nederland. In de verbeterde editie van het populaire “Handboek voor schilders” van P.H. Bartels  uit 1925 introduceerde de bewerker J.A.P. Meere het werk van Wilhelm Ostwald. Meere beschrijft in de inleiding kort en krachtig de essentie van de kleurenleer volgens Wilhelm Ostwald. Hij beschouwt de basis van drie grondkleuren als fout, evenals het negeren van wit en zwart als bestanddeel van de kleur zelf. Indirect refereert hij daarmee aan de ordening volgens een natuurkundig of optisch principe, gebaseerd op de harmonie van spectrale kleuren. Hij betoogt dat die wijze van ordening voor de huisschilders verleden tijd is. De ordening van de kleuren gebeurt nu op basis van de stoffelijke kleuren. De stof wordt niet beschreven als (spectrale) kleur en materiaal maar als kleur en wit- en zwart factor, met andere woorden: het materiaal wordt nu uitgedrukt in een code. Meere geeft aan dat deze wijze van ordenen niet nieuw is, maar dat het nu dankzij meetinstrumenten mogelijk is om het wit- en zwart gehalte te meten in plaats van te schatten. Meere legt een groot vertrouwen in de wetenschap aan de dag. De kleurenleer volgens Ostwald is “een geheel eigen wetenschappelijk systeem.” De kleur (in letters) en het gehalte aan wit en zwart (in cijfers) maakt het mogelijk om iedere mengkleur en alle kleurcombinaties met wiskundige zekerheid vast te stellen. Dit is vooral voor de nijverheid van zeer groot belang.

Met deze nieuwe editie van 1925 van het handboek van Bartels werd voor een breed publiek van Nederlandse vakschilders de vernieuwende methode toegankelijk gemaakt. Al in 1918 besteedde Huszar aandacht aan Ostwald in het augustusnummer van De Stijl over “Die Farbenfibel”,  gevolgd door een artikel in “De Bouwwereld” van december 1920, gebaseerd op een verslag door Ostwald op een bijeenkomst van de Deutsche Werkbund in 1919.

In 1920 waren in Nederland te bestellen: Die Farbenfibel (1916) waarvan tenminste 17 drukken tot 1969 en een Engelse vertaling zijn verschenen, Der Farbenatlas (1917), Der Farbkörper (1919), Die Farbschule (1919), Mathetische Farbenlehre (1918), Physikalische Farbenlehre (1919), Die Harmonie der Farben: der Farbnormen und Farbharmonien (1918) waarvan het Rijksmuseum een 4de editie bezit uit 1949, Der Farbnormen und Farbharmonien.

Ostwalds Farbenatlas / Wilhelm Ostwald
Leipzig : Unesma, [1917-1919]. 3 dozen : 103 kartonnen platen waarop ca. 2500 losse kleurstalen; 32 x 45 cm. De bijbehorende “Gebrauchsanweisung”, evenals de “Nachrichten” (1-13) zijn bijgevoegd. 

Farbenatlas2
Ostwalds Farbnormen-Atlas / Wilhelm Ostwald
Grossbothen / Leipzig : Unesma, [1923]. 4 dozen : kleurstalen ; 30 cm + Übersichtsplan en boekje “Farbnormen und Farbharmonien”, Berlin / Camburg, F. R. Blau Verlag (1949) 24 pagina’s.

2018-aanwinsten-oktober-0026.jpg

Übersichtsplan zum Farbnormenatlas von Wilheml Ostwald

2018 aanwinsten oktober-0028

Die Farbkreise : (Farbnormen 2) / von Wilhelm Ostwald
Leipzig : Unesma, [ca. 1928]. 3. Aufl. 2 delen (10 pagina’s, 28 bladen): illustraties; 33 cm.

2018-aanwinsten-oktober-0021.jpg

Der Farbkörper und seine Anwendung zur Herstellung farbiger Harmonien / von Wilhelm Ostwald
Leipzig : Unesma, [1927?]. 3. Aufl. 1 portfolio : illustraties ; 23 x 33 cm.
12 platen met 768 gemonteerde hexagonale kleurstalen (diameter ca 15 mm) en tekstboek (23 pagina’s met 10 diagrammen in de tekst in afgedrukte omslagen van de uitgeverij.

2018-aanwinsten-oktober-0019.jpg

2018-aanwinsten-oktober-0020.jpg

Voor een overzicht van alle kleursystemen zie: Werner Spillmann, Farb-Systeme 1611-2007, (Ostwald: pp. 114-125); Überblick über Farbsysteme, Deutsches Farbenzentrum

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek | 1 reactie

De Nachtwacht door een netwerkkabel

Door Chris Dijkshoorn

In de erfgoedsector is er een langlopende discussie gaande over het correct gebruik van identifiers binnen Linked Data initiatieven. Linked Data is een methode om gestructureerde data op internet te publiceren. Eén van de Linked Data principes is dat elk object een webadres als identifier krijgt. Waar traditioneel enkel webdocumenten webadressen krijgen, worden nu dus ook fysieke objecten geïdentificeerd met een webadres. De discussie komt neer op de vraag of er twee identifiers nodig zijn, één voor het fysieke object en één voor het document waarin het object wordt beschreven. Door middel van de drie onderstaande aanpakken, illustreer ik waarom het raadzaam is om twee identifiers te gebruiken.

Rembrandt van Rijn, Schutters van wijk II onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq, bekend als de ‘Nachtwacht’, 1642. SK-C-5.

Aanpak 1: enkel een identifier voor het object

Een instelling kan ervoor kiezen enkel webadressen te geven aan fysieke objecten, bijvoorbeeld het fictieve adres http://collection.rijksmuseum.nl/id/sk-c-5 voor het schilderij de Nachtwacht. Hier is sk-c-5 het nummer dat het Rijksmuseum intern gebruikt ter identificatie van het schilderij. Door het fysieke schilderij een webadres te geven, wordt (in theorie) geïmpliceerd dat het adres toegang biedt tot het fysieke object; de Nachtwacht komt via een netwerkkabel naar je toe. Zonder doorverwijzing op dit webadres een document laten zien dat de Nachtwacht beschrijft, in plaats van de Nachtwacht zelf, is incorrect. Helemaal geen informatie geven is ook geen optie. Een tweede Linked Data principe is namelijk dat er in bruikbare informatie moet worden voorzien wanneer er een webadres wordt opgevraagd.  Lees verder

Geplaatst in Algemeen, Collectie Automatisering | 1 reactie

Actueel: Het zwaard en het album

coverbeeld_2018-3_1__1Door Lieke van Deinsen

Het recent verschenen nummer van The Rijksmuseum Bulletin opent met een artikel van Jan de Hond (conservator Geschiedenis) en Lieke van Deinsen (voormalig coördinator Studie- en Leeszaal).  In hun bijdrage ‘The Sword and the Album: Material Memories and an Eighteenth-Century Poetic Account of the Execution of Johan van Oldenbarnevelt (1619)’ beschrijven zij hoe (literaire) verhalen een belangrijke rol kunnen spelen bij het vormgeven en verspreiden van materiële herinneringscultuur.

Het (Engelstalige) abstract luidt: “In 1878 the Rijksmuseum acquired two objects related to the violent death of Johan van Oldenbarnevelt: the executioner’s sword allegedly used to behead the Land’s Advocate and an eighteenth-century album of poems about the weapon of execution. The article describes how these objects have functioned in the Oldenbarnevelt memory culture and show they have taken new functions and meanings over the centuries – from a possible executioner’s weapon, to a republican and then national relic, to an objet de mémoire.

Gedicht op het zwaard waarmee Johan van Oldenbarnevelt in 1619 zou zijn onthoofd, recto. NG-NM-4282-19(R)

Gedicht op het zwaard waarmee Johan van Oldenbarnevelt in 1619 zou zijn onthoofd, NG-NM-4282

The Rijksmuseum Bulletin is te koop in de webshop van de museumwinkel en ligt tevens ter inzage in de Research Library. Het album is gedigitaliseerd en door te bladeren in Rijksstudio. Op aanvraag is het uiteraard ook fysiek te bestuderen in de Study Room.

Geplaatst in Actueel, Algemeen | 1 reactie

Aanwinst: het pleidooi van Soekarno voor de onafhankelijkheid van Indonesië

De collectie van Research Services groeit nog altijd. De aanvankelijk bescheiden negentiende-eeuwse handbibliotheek is uitgegroeid naar ca. 450.000 boeken. Iedere maand maakt Research Services de nieuwe aanwinsten van de bibliotheekcollectie bekend. Conservator Bibliotheekcollecties Geert-Jan Koot presenteert een in het oog springende verwerving.

Door Geert Jan Koot

De rechtszaak van het Nederlands-Indisch bestuur tegen Soekarno (1901-1970) in 1930 werd gedomineerd door de redevoering van de aangeklaagde. Twee zittingsdagen bleef Soekarno aan het woord om zijn pleidooi uit te spreken. De president van de rechtbank confronteerde de aangeklaagde herhaaldelijk met het begrip ‘imperialisme’. Imperialisme moet, aldus Soekarno, worden gezien als een vrucht van het kapitalisme. En kapitalistisch imperialisme, vervolgde hij zijn college, is ‘het streven om de huishouding van een ander land en volk te beheersen’. Het Nederlandse imperialisme in Indië laat Soekarno beginnen met de komst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In schrille kleuren schilderde hij de meedogenloosheid waarmee Jan Pieterszoon Coen in de Molukken heeft huisgehouden. Ook stak hij een filippica af over het cultuurstelsel, ‘dat als een zweep neerstriemde op hoofden en ruggen van ons volk.’ Het volgende deel van zijn rede gold het ontstaan van de nationalistische beweging. Soekarno leidde het in met de geladen woorden: ‘Elk wezen, elk volk komt ten slotte in opstand, ontwaakt, indien het al te zeer zijn ellendige toestand voelt.’ Toen Soekarno Jezus Christus opvoerde als eerste revolutionaire nationalist, werd het president Siegenbeek te gortig. Hij verzoekt beklaagde dringend ‘er alle godsdienst buiten te houden’.

Soekarno-0006

Deze pleitrede had Soekarno in gevangenschap geschreven, net als zijn voorganger Hatta in 1928 met “Indonesië vrij! … rede, ter verdediging van de “Perhimpoenan Indonesia” naar aanleiding van het proces tegen de Indonesische studenten”. Desondanks werd Soekarno tot vier jaar gevangenschap veroordeeld. Zijn in het Indonesisch uitgesproken verdedigingsrede kon in Indonesië niet in druk verschijnen. In Nederland publiceerde de SDAP deze bekorte Nederlandse vertaling onder de titel “Indonesië klaagt aan!”

Om het belang en de context van dit boekje te verklaren gebruikte ik als bron het uitgebreide artikel over het proces tegen en de vrijheidsstrijd van Soekarno verschenen in het Historisch Nieuwsblad 4/2010.

Het boekje ligt van 29 oktober 2018 tot en met 29 april 2019 op zaal in het Rijksmuseum: eerste helft 20ste eeuw gewijd aan Nederlands Indië.

Indonesië klaagt aan! : pleitrede voor den landraad te Bandoeng op 2 December 1930 / gehouden door Ir. Soekarno ; [vert. uit het Maleis]
Amsterdam : De Arbeiderspers, 1931. 112 p. ; 24 cm.

Geplaatst in Aanwinsten Bibliotheek | Een reactie plaatsen

Actueel: Bibliotheeklezing

Door Madeleine Pfundt

Speciaal voor de Vrienden van het Rijksmuseum hield Geert Jan Koot, conservator bibliotheekcollecties van de Research Library op woensdagmiddag 12 september, een boeiende lezing over de bibliotheek. De zaal was vol en vanwege de grote belangstelling zal de lezing nog eens worden gehouden voor de Vrienden die dit keer geen plaats meer konden krijgen. In vogelvlucht werd de geschiedenis van de bibliotheek vanaf het begin in het Trippenhuis tot en met vandaag gepresenteerd, ook was er aandacht voor de restauratie van de bibliotheek in de periode tussen 2003 en 2013 toen het hele Rijksmuseum werd gerenoveerd. Maar niet in de laatste plaats passeerden verschillende topstukken uit de Special Collections van de bibliotheek de revue, waarmee bovendien de grote verscheidenheid van deze collectie duidelijk werd.

Zo werden 16e eeuwse receptuurboeken tegen de achtergrond van de ontwikkeling van de wetenschapsgeschiedenis besproken. Daarnaast waren er voorbeelden van 17e eeuwse methodes ten behoeve van het tekenonderwijs, bijzondere 18e eeuwse architectuur- en interieurstudies, maar ook van recent gepubliceerde kunstenaarsboeken.

Het zal niemand verbazen dat er over de verwerving van zulke kostbaarheden vaak ook interessante anekdotes waren te vertellen. Na de lezing konden de Vrienden in kleine groepen de leeszaal bezoeken en een aantal van de besproken boeken in een kleine expositie bekijken. Het was kortom, een middag waarin de Special Collections van de Research Library krachtig in de schijnwerpers is gezet!

Geplaatst in Actueel | Een reactie plaatsen